ELECTROFOTOGRAFIE

Oorspronkelijk werd de naam elektrofotografie gebruikt voor het procédé dat we nu kennen als xerografie. De naam xerografie is ontstaan doordat men uit marketingoverwegingen een duidelijk onderscheid wilde maken met fotografie, wat toen het meest gebruikt werd om kopieën te maken. Het woord xerografie betekent “droogschrijven” en is een samenstelling van de twee griekse woorden xeros (droog) en graphos (schrijven). 
Vrijwel iedere laserprinter en kopieermachine werkt nu volgens deze basisprincipes van de xerografie. Het gehele procédé bestaat uit zes elementaire basisstappen.

 

xerografie-stap-1

AANBRENGEN VAN EEN EGALE LADING OP DE FOTORECEPTOR

Als eerste stap wordt er een egale lading aangebracht op de fotoreceptor met behulp van een corotron of rol. De corotron bestaat uit een dunne draad in een metalen behuizing. Op de daad wordt een hoge spanning van enkele duizenden volt aangebracht. Door deze hoge spanning wordt de lucht rondom de draad geïoniseerd, dat heet het corona-effect. Hierbij ontstaat een elektrostatisch veld waarmee de fotoreceptor geladen kan worden.

 

xerografie-stap-2

BELICHTEN VAN DE FOTORECEPTOR

De fotoreceptor bestaat vaak uit een metalen cilinder met een lichtgevoelige laag die in het donker niet geleidend is en die geladen kan worden met statische elektriciteit. Tijdens het afdrukken draait de fotoreceptor continu langs de corotrons en de laser. In het donker wordt de fotoreceptor van een egale elektrostatische lading voorzien. Op de plaatsen waar de photoreceptor belicht wordt deze geleidend gemaakt en verdwijnt de lading. Het af te drukken beeld staat nu in de statische lading geschreven. Dit wordt het zwartschrijvend proces genoemd.

 

xerografie-stap-3

ONTWIKKELEN VAN HET BEELD MET TONER

Op de fotoreceptor staat nu een onzichtbaar beeld in de vorm van een negatieve statische lading. Dit beeld moet zichtbaar worden door er toner op aan te brengen. De toner bevindt zich in een reservoir dat de toner gelijkmatig verdeelt over de ontwikkelaar. Ontwikkelaar bestaat uit staalkorrels voorzien van een kunststof laagje. Dit kunststof laagje kan negatief statisch geladen worden zodat de positief geladen tonerkorrels er aan blijven kleven. De negatieve toner wordt dan van de staalkorrels naar de photoreceptor overgebracht.

 

xerografie-stap-4

OVERBRENGEN VAN HET TONERBEELD OP PAPIER

Het papier wordt met behulp van de transfer-corotron van een sterkere negatieve lading voorzien dan de drum, zodat de positief geladen tonerdeeltjes naar het papier overspringen. Sommige printers hebben een detack-corotron. Deze corotron neutraliseert met behulp van een hoge wisselspanning de elektrostatische lading van het papier, zodat het niet aan de fotoreceptor blijft kleven.

 

FIXEREN VAN HET TONERBEELD OP PAPIER

De toner ligt nu vrij los op het papier, het is er eenvoudig af te vegen. De toner wordt in een fuser op het papier vastgezet door middel van hitte en druk. De fuser bestaat vaak uit twee rollen (een warmterol en een drukrol) waarvan er één verwarmd wordt tot ongeveer 160°C met behulp van een halogeenlamp. De drukrol wordt een hefboom- of verensysteem tegen de warmterol aangedrukt. De kunststofdeeltjes waaruit de toner bestaat smelten en worden in het papier geperst.

 

ONTLADEN EN REINIGEN VAN DE FOTORECEPTOR

Op de fotoreceptor zijn hierna nog tonerdeeltjes aanwezig die niet zijn overgesprongen op het papier. Om deze laatste deeltjes van de photoreceptor af te halen wordt deze eerst met behulp van een corotron of lamp volledig ontladen. Daarna wordt het oppervlak van de photoreceptor gereinigd met een rubberen schraper of een borstel. De op deze manier verwijderde toner wordt naar een reservoir voor afvaltoner getransporteerd. Deze afvaltoner is niet goed opnieuw te gebruiken omdat het vervuild is met papierstof.

 

Bron: http://www.project-gb.be/node/30